|

Een doodgewone eenzame man

Jonathan Coe schreef het grootste deel van ‘De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim’ als ‘writer-in-residence’ in volstrekte eenzaamheid in Villa Hellebosch nabij Brussel. Het resultaat is uitmuntend.

 

De achtenveertig jaar oude Maxwell Sim uit het Engelse Watford is de man die we zelf nooit zouden willen worden (maar misschien al lang zijn). Gedumpt door vrouw en kind, worstelend met een depressie, mislukt als ‘aftersales klantencontactmedewerker’ in een warenhuis, niet in staat om een zinnig gesprek met zijn vader te voeren, met zeventig facebookvrienden die geen enkele status van hem ‘leuk’ vinden en een mailbox waarin louter spam toestroomt. Een doodgewone loser, die meteen ook het hoofdpersonage mag zijn in ‘De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim’, de gloednieuwe roman van de Britse auteur Jonathan Coe.

Coe’s roman start op 14 februari 2009, ‘Valentijnsdag, voor het geval je dat niet doorhad’, in een restaurant in de haven van de Australische stad Sydney. Maxwell Sim zit alleen te eten en observeert een mooie Chinese vrouw en haar mooie dochter. De hele tijd vraagt hij zich af of hij hen zal aanspreken of niet. Het vooruitzicht dat hij het restaurant zal uitlopen zonder een woord met hen te wisselen, wordt langzaamaan ondraaglijk. Hij gaat naar het toilet en maakt een kloek besluit: hij zal zo meteen iets charmant tegen hen zeggen. Maar als hij op van de zenuwen weer naar zijn tafeltje stapt, hebben de twee vrouwen hun rekening al betaald en zijn ze verdwenen.

Zes maanden eerder is Maxwell Sim in de steek gelaten door zijn vrouw Caroline en hun puberdochter Lucy. Hij sukkelde in een depressie en heeft sindsdien amper gewerkt. Maxwells reis van drie weken naar Australië is het ‘afscheidscadeau’ van Caroline: zij hoopt dat hij zo terug aansluiting zal vinden bij zijn naar Sydney geëmigreerde vader. Vergeefs: de voorbije drie weken hing er op de flat van vader Sim vooral een geladen stilte.

Totaal gedesillusioneerd neemt Maxwell het vliegtuig terug naar Engeland. Tijdens een tussenstop op de luchthaven van Singapore ontmoet hij de jonge vrouw Poppy. Ze raken aan de praat en zitten bij toeval de rest van de reis naast elkaar op het vliegtuig. Overdonderd door de aandacht die hij van Poppy krijgt, begint Maxwell te hopen dat er snel iets moois tussen hen zal groeien. Poppy laat hem een brief van haar favoriete oom Clive lezen, waarin die het verhaal vertelt van de onfortuinlijke zeiler Donald Crowhurst die in 1968 een soloreis rond de wereld fakete. Thuis krijgt Maxwell een vreemde jobaanbieding van een vriend, waarvoor hij met de auto en een lading tandenborstels van Londen naar de Shetlandeilanden moet reizen. Hij hapt toe. Vrij snel begint Sims reis doorheen het Groot-Brittannië van 2009 de contouren aan te nemen van het mislukte zeilavontuur van zijn even meelijwekkende ‘voorganger’ Donald Crowhurst.

Met ‘De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim’ schreef Jonathan Coe een briljante, sprankelende satire over de fundamentele eenzaamheid van de moderne mens in onze, van communicatiemiddelen overvoerde, tijd. Het waar gebeurde verhaal van Donald Crowhurst gebruikt Coe daarvoor als blauwdruk. Crowhurst was een gesjeesde zakenman en amateurzeiler die zich in 1968 inschreef voor de Sunday Times Golden Globe Race: wie erin slaagde om in zijn eentje de wereld rond te zeilen, won 5000 pond. Crowhurst vertrok op de laatst toegestane dag met een onzeewaardige trimaran. Al snel besloot hij te doen alsof hij rond de wereld zeilde. Maandenlang hield hij een vals logboek bij. Maar de eenzaamheid en het schuldgevoel dreven hem uiteindelijk tot zelfmoord.

In de laatste bladzijden van ‘Maxwell Sim’ trekt Jonathan Coe bewust de mat van onder zijn lezers weg. Coe’s ‘interventie’ leverde hem een paar vernietigende recensies en verontwaardigde reacties van lezers op. Mij hoort u daar niet over zeuren. Integendeel, ‘De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim’ is een van de beste boeken van het afgelopen half jaar.

Jonathan Coe, De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim, vertaald door Otto Biersma en Willem Muilenburg, De Bezige Bij, Amsterdam, 413 blz., 19,90 euro, ISBN: 978-90-234-5959-0

(c) Jan Stevens

Vergelijkbare berichten

  • Thee, toast en marmelade

    In zijn boek Adolf Hitler en de Eerste Wereldoorlog maakt Thomas Weber brandhout van de mythe dat Hitler tijdens WOI een dappere frontsoldaat was. “Als ordonnans was hij kilometers achter de frontlijn actief. Terwijl zijn medesoldaten in de loopgraven kniehoog in de modder tussen de ratten en de rottende lijken zaten te verkommeren, slurpte Adolf…

  • Scheiden was lijden

    Het pas verschenen De geheime liefde van Mrs. Robinson brengt een van de allereerste Engelse echtscheidingsprocessen uit 1858 terug tot leven. In tegenstelling tot het victoriaanse Engeland, had het nog jonge België op dat moment al bijna dertig jaar een vooruitstrevende echtscheidingswet. Maar in de praktijk was scheiden ook hier lijden: wie een vlotte scheiding…

  • Iran vs. Iran

    De voorbije week zagen de straten van Teheran groen van het volk. Tienduizenden protesteerden dag na dag tegen de in hun ogen frauduleuze herverkiezing van president Ahmadinejad. Sinds zaterdag lijken het protest en de repressie alleen maar grimmiger te worden. De Nederlands-Iraanse politicoloog Peyman Jafari houdt zijn hart vast. “Ik ben bang dat het in…

  • |

    Old England is dying

    Brandende stapels dolle koeien, mond- en klauwzeer, een depressieve boerenzoon en zijn broer die in een bodybag terugkeert uit Irak. In Was je maar hier beschrijft de Britse auteur Graham Swift met veel inlevingsvermogen de teloorgang van het pittoreske Engelse platteland in het eerste decennium van de 21e eeuw.   Het motto van Was je…

  • |

    De mist der tijden

    Wedden dat u De nacht der tijden teleurgesteld dicht klapt na het lezen van de laatste zin? Teleurgesteld omdat het leesfeest na 730 bladzijden onherroepelijk voorbij is en er niet nog eens 730 volgen. Want met De nacht der tijden schreef Antonio Muñoz Molina een meesterwerk.     Een herfstdag in het najaar van 1936….