|

Hartstikke goed

“Het boek van de eeuw”, jubelde de kunstrecensent van The Guardian over Vrijheid van Jonathan Franzen. “Een meesterwerk”, oordeelde de New York Times. Time zette Franzen op de cover en riep hem uit tot dé ‘Great American Novelist’. ‘Hype, hype, hoera?’ Of is Vrijheid echt zo geniaal?

2001 was voor de Amerikaanse auteur Jonathan Franzen het jaar van de waarheid. Na twee lauw ontvangen romans brak hij internationaal door met het fel bejubelde De correcties. Franzens sprankelende satire over het ontwrichte Amerikaans middenklassegezin Lambert leverde hem de National Book Award, een nominatie voor de Pulitzer Prize en een miljoenenverkoop op. Waardoor de druk op zijn schouders om met een volgende boek het succes van De correcties te evenaren, gigantisch werd. Zelden waren de verwachtingen voor de release van een nieuwe roman zo hoog gespannen als bij de nakende publicatie van Vrijheid. In augustus schakelde de hype in een hogere versnelling toen een paar weken vóór het boek in de boekhandel lag, er al jubelende recensies verschenen in onder andere Time, The Guardian en de New York Times. ‘Nog rijker en dieper dan De correcties!’ ‘Een verslavend boek!’ ‘Jonathan Franzen is een literair genie!’ De hype was compleet toen ook nog bekend raakte dat Obama als vakantielectuur een voorafexemplaar van Vrijheid van zijn boekhandelaar ontvangen had, en dat de president het een ‘onderhoudend’ boek vond.

Net als in De correcties vertelt Jonathan Franzen in Vrijheid het verhaal van een disfunctioneel Amerikaans middenklassegezin. Eind jaren tachtig leven Walter en Patty Berglund samen met hun kinderen Jessica en Joey in een door henzelf gerestaureerd victoriaans huis in de wijk Ramsey Hill, in de stad St. Paul, Minnesota. Vrijheid neemt een ijzersterke, vliegende start met de proloog ‘Goede buren’, waarin Franzen op magistrale wijze de Berglunds door de ogen van hun buren situeert en fileert, met rake, dodelijke zinnen zoals: “Volgens (buurman) Seth Paulsen, die het naar de smaak van zijn vrouw net iets te vaak over Patty had, waren de Berglunds schoolvoorbeelden van het zich schuldig voelende soort progressievelingen die alles en iedereen van alles vergaven om zich niet zo bezwaard te hoeven voelen over hun eigen bevoorrechtheid.” Waarna Franzen zijn familie-epos echt in gang zet met de autobiografie van Patty Berglund – ‘geschreven op aanraden van haar therapeute’. Het navelstarende, basket spelende burgerwicht Patty vertelt daarin hoe ze met haar ogen wijd open telkens weer de foute keuzes maakt, strandt in een tot mislukken gedoemd huwelijk met ‘brave’ groene jongen Walter en zich in de armen stort van Walters jeugdvriend Richard Katz, womanizer, Khadafi-lookalike en rockster.

Vrijheid is niet alleen het tragikomische verhaal van de Berglunds, want doorheen hun armzalige leven weeft Jonathan Franzen de waanzinnige geschiedenis van de Verenigde Staten – the land of the free – van de voorbije twintig jaar. Het resultaat is een meesterlijke, bittere kroniek van ‘het leven zoals het is’ in het Amerika van vandaag.

Of Vrijheid hét ultieme meesterwerk van Jonathan Franzen is? Niet helemaal, daarvoor leest het boek soms iets teveel als een soap en gluurt tijdens de lectuur van de 600 bladzijden heel af en toe zelfs de verveling om de hoek. Bijzonder storend in de Nederlandse vertaling is het ‘Hollands’ dat vooral in de dialogen uit de mond van de personages rolt. Patty en Walter klinken niet als doorsnee inwoners van een Amerikaans stadje, maar als trotse bezitters van een doorzonwoning in een Rotterdamse ‘Vinexwijk’. Hun ‘hartstikkes’ zijn niet te turven.

Vrijheid ‘het boek van de eeuw’ noemen, is een beetje kort door de bocht, maar één van de boeken van het najaar is het zeker. Met Vrijheid bewijst Jonathan Franzen alleszins dat hij als genadeloos chroniqueur van het kleinburgerlijke Amerika de ware literaire erfgenaam is van wijlen John Updike. Vrijheid is kortom een hartstikke goed boek.

Jonathan Franzen, Vrijheid, vertaald door Peter Abelsen, Prometheus, Amsterdam, 592 blz., 19,95 euro, ISBN: 978-90-446-1439-8

© Jan Stevens

Vergelijkbare berichten

  • |

    Zeer saai

    “Zeer grappig, maar ook zeer ingenieus, zeer droevig en zeer subtiel”, jubelde juryvoorzitter Sir Andrew Motion toen hij de onverwachte winnaar van de Man Booker Prize 2010 bekendmaakte. Met de nominatie van De Finklerkwestie van Howard Jacobson leek het alsof de ernstige Booker eindelijk ontdekt had dat er ook nog zoiets als humor in de…

  • |

    De cirkel

    De Cirkel Dave Eggers, Lebowski (originele titel: The Circle: a novel), 448 blz., 29,90 euro.   “Mijn god, dacht Mae. Dit is het paradijs.”   ‘Geheimen zijn leugens. Delen is mee-leven. Privacy is diefstal.’ Ziehier de nieuwe leidraden voor ons toekomstige, volledig door sociale media beheerste leven. Dave Eggers lanceert ze in zijn met veel…

  • ‘Ik was verzoend met mijn naderende dood’

    Op 15 december 2014 werd de Koerdische journalist Masoud Aqil in Syrië ontvoerd door IS-strijders. 280 dagen lang werd hij gefolterd. Hij kwam vrij bij een gevangenenruil. ‘Als ik een westerling geweest was, hadden ze me voor een videocamera onthoofd.’   Negen maanden lang was journalist Masoud Aqil de gevangene van de Islamitische Staat (IS)….

  • |

    NW

    NW, Zadie Smith, Prometheus (originele titel: NW), 360 blz., 19,95 euro.   “De volle zon talmt bij de gsm-masten.”     NW staat voor de postcode van het stadsdeel van Londen waar Zadie Smith opgroeide en haar nieuwe roman zich afspeelt: het gebied rond Hampstead, het hoogste punt van Londen, waar de boerderijen, velden en…

  • |

    De oorsprong van geweld

    De oorsprong van geweld, Fabrice Humbert, Atlas Contact (originele titel: L’Origine de la violence), 336 blz., 21,95 euro.   “Satan, zo wordt gezegd, was Gods straffende engel.”     De oorsprong van geweld lijkt meer een titel voor een filosofisch traktaat dan voor een roman. De ambities van de jonge Franse auteur Fabrice Humbert overstijgen ook…

  • Drie neven

    In De ondergang van het oude Europa vertelt de Britse historica Miranda Carter de Europese geschiedenis van 1860 tot 1920 aan de hand van de vaak hilarische belevenissen van drie wereldvreemde neven: de Duitse keizer Wilhelm II, de Russische tsaar Nicolaas II en de Britse koning George V. “Ze pasten niet meer in hun tijd,…