Drie neven
In De ondergang van het oude Europa vertelt de Britse historica Miranda Carter de Europese geschiedenis van 1860 tot 1920 aan de hand van de vaak hilarische belevenissen van drie wereldvreemde neven: de Duitse keizer Wilhelm II, de Russische tsaar Nicolaas II en de Britse koning George V. “Ze pasten niet meer in hun tijd, maar waren zich daar niet van bewust.”
Juni 1914. De spanning in Europa is om te snijden. Duitsland, Groot-Brittannië en Rusland zijn druk bezig met de koloniale uitbreiding van hun grondgebied en gunnen elkaar het licht in de ogen niet. In de Duitse Rijksdag wordt gewaarschuwd voor een ‘preventieve oorlog’: “Frankrijk en Rusland bereiden zich voor op de beslissende strijd met Duitsland en zijn van plan bij de eerste de beste gelegenheid toe te slaan.” Een paar maanden eerder hield de opperbevelhebber van het Duitse leger Helmuth von Moltke nog een vurig pleidooi voor snelle actie: “Nu kan Duitsland zijn vijanden nog de baas, maar over een paar jaar zijn ze misschien te sterk.” Dus stelde hij voor om “een beleid te voeren met als doel: in de nabije toekomst een oorlog uitlokken.”
Op 27 juni reist de Amerikaanse speciale gezant Edward House vanuit Duitsland naar Londen. House wil bemiddelen tussen de kemphanen, in de hoop dat de grote clash daardoor vermeden kan worden. Hij geeft aan de Britse minister van Buitenlandse Zaken Grey een beschrijving van de Duitse ‘militante oorlogsgeest’. “Keizer Wilhelm II wil zelf geen oorlog”, zegt hij. “Maar het leger is agressief en klaar om op elk moment ten strijde te trekken.” Een dag later wordt de Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand vermoord in Sarajevo.
De Duitse keizer zit op een van zijn vele zeiljachten als hij het nieuws hoort. Wilhelm II kent Franz Ferdinand vrij goed; hij snoeft er graag mee dat hij de kroonprins ‘in zijn zak’ heeft. “Deze laffe daad raakt mij tot in het diepst van mijn ziel”, telegrafeert hij naar zijn kanselier Bethmann Hollweg. De Russische tsaar Nicolaas II heeft andere zorgen aan zijn hoofd. Hij is op cruise in de Baltische Zee en heeft net vernomen dat Raspoetin, de favoriete gebedsgenezer en raadgever van de tsarina, door een krankzinnige vrouw is neergestoken. Ook de Britse koning George V schenkt amper aandacht aan de aanslag. Hij zit verwikkeld in discussies over Iers zelfbestuur en maakt zich zorgen over wat er zal gebeuren als Britse soldaten op Britse burgers zullen moeten schieten.
“Geen van de drie gekroonde hoofden had door dat de negentienjarige Gavrilo Prinzip met zijn aanslag op Franz Ferdinand de lont voor de Grote Oorlog aanstak”, zegt de Britse historica Miranda Carter, die in het fantastische De ondergang van het oude Europa de Europese geschiedenis tussen 1860 tot 1920 reconstrueert aan de hand van de belevenissen van Wilhelm, George en Nicolaas. “Geen van de drie liep over van enthousiasme toen een maand later de oorlog ook echt uitbrak. Zelfs keizer Wilhelm niet.”
De Eerste Wereldoorlog zou het leven kosten aan 8,5 miljoen soldaten en één miljoen burgers. De naoorlogse wereld zou er totaal anders uitzien: het einde van WO I betekende meteen ook het einde van de alleenheerschappij van de nukkige en grillige Duitse en Russische monarchen. Wilhelm vluchtte naar Nederland en leefde er de rest van zijn dagen in ballingschap; Nicolaas werd geëxecuteerd door de bolsjewieken. Alleen George bleef op zijn troon zitten. “Niet toevallig de enige vorst zonder macht. Groot-Brittannië was immers al lang een parlementaire monarchie.”
Drie verschillende landen
“Een onderwerp als de Eerste Wereldoorlog wordt meestal behandeld door grijze mannen die over tanks, troepenbewegingen en strategieën schrijven”, stelt Miranda Carter. “Het resultaat is vaak steriel.” Dus pakte zij het totaal anders aan en vertrok ze voor haar boek vanuit de bloedband die er bestond tussen Wilhelm, George en Nicolaas. “Wilhelm en George waren kleinkinderen van koningin Victoria. De moeders van Nicolaas en George waren zussen, stammend uit de Deense koninklijke familie. De drie neven noemden elkaar Georgie, Nicky en Willy. De drie monarchen pasten helemaal niet meer in hun tijd, alleen hadden ze het niet door. De wereld was volop in verandering en hun privileges, de basis van hun macht, verkruimelden. Toen ze de troon bestegen, was de industriële revolutie al honderd jaar oud. Het socialisme was in opmars, kranten werden belangrijker en de publieke opinie begon steeds meer mee te tellen. Zij leken totaal geen benul te hebben van het belang van die evoluties.”
Toen de toekomstige keizer Wilhelm in 1859 tijdens een moeizame bevalling het levenslicht zag, waren Duitsland, Groot-Brittannië en Rusland drie totaal verschillende landen. Miranda Carter: “Bij de bevalling lag Wilhelm, zoon van Friedrich III, koning van Pruisen, en Victoria, kroonprinses van Groot-Brittannië, in stuitligging. De dokter trok te hard aan het armpje van de baby waardoor Wilhelm de rest van zijn leven geplaagd zou blijven met een lamme arm.”
Halverwege de negentiende eeuw was Pruisen de machtigste staat in Duitsland. “Aan de ene kant had Pruisen een indrukwekkend ambtenarenapparaat, een goed werkend onderwijssysteem en een snelgroeiende industrie, aan de andere kant was het een dictatuur, waarbij alle macht geconcentreerd zat bij de oerconservatieve landadel. Die zogenaamde ‘jonkers’ waren reactionair, vroom protestant en antisemiet. Pruisen was een ultramilitaristische staat, waarin kinderen uit de aristocratie al vanaf hun zesde in een militair uniform rond paradeerden. Het in 1871 onder impuls van Pruisen eengemaakte Duitsland was geen homogeen land. Er was het militaristische Pruisen dat met heel wat oorlogen zijn gebied had uitgebreid, maar er was ook het Duitsland van denkers als Karl Marx, van anarchistische bewegingen, van een bloeiende avant-garde, van Goethe en Leibniz. Wilhelms moeder Vicky was zeer intelligent, maar ook zeer koppig. Ze had het gevoel dat ze een ‘zending’ had: dat ze vanuit de parlementaire monarchie Groot-Brittannië naar Duitsland gestuurd was om het land te liberaliseren. Op een bepaald moment leek het er ook op dat Duitsland kon uitgroeien toe een liberale monarchie, tot Wilhelms grootvader Wilhelm I de oerconservatief Bismarck aanstelde als kanselier. De liberalen werden op een zijspoor gezet en Vicky was daar zeer wrokkig over.”
Groot-Brittannië was in die jaren dé supermacht. “Het was het grootste wereldrijk en het meest geïndustrialiseerde land, met Londen als financiële hart van de wereld. De Britse vloot was verantwoordelijk voor 40% van de wereldhandel. De rest van de wereld was gefascineerd door dat relatief kleine land dat erin slaagde om ondanks zijn bescheiden professionele leger toch dé trendsetter te zijn. Groot-Brittannië was een constitutionele monarchie en een democratie. De vorst had alleen symbolische macht.”
Rusland was in de negentiende eeuw nog steeds een feodale staat, met de tsaar als alleenheerser. Miranda Carter: “Het bestuur was sterk gecentraliseerd, en werkte langs geen kanten. Zelfs wie wou scheiden, moest in die tijd via de tsaar passeren. In vergelijking met Duitsland en Groot-Brittannië was Rusland arm. Het land kon amper zijn immense leger onderhouden en had geen fatsoenlijk onderwijssysteem: 80% van de Russen was analfabeet, in vergelijking met 5% van de Britten. De Romanovs regeerden Rusland sinds 1613. Ze leefden in pracht en praal. Halverwege de 19e eeuw werd de toestand echt catastrofaal. Het land hinkte economisch steeds meer achterop. De enige manier om een beetje bij te benen, was een zekere vorm van verandering tolereren. Nicolaas’ grootvader Alexander II voerde daarom rond 1870 een paar voorzichtige hervormingen door. Hij schafte het lijfeigenschap af, gaf meer vrijheid aan de pers en introduceerde de ‘zemstvo’s’, lokale plattelandscomités die wegen, scholen en hospitalen mochten bouwen. Maar Alexander II raakte in 1881 zwaar gewond bij een bomaanslag. Hij bloedde dood voor de ogen van zoon Alexander III en kleinzoon Nicolaas. Dat moet een verschrikkelijke indruk nagelaten hebben: Alexanders rechterbeen was er afgerukt en zijn buik lag helemaal open. Het resultaat was dat Alexander III alle hervormingen terugdraaide en een schrikbewind installeerde. Elke vorm van liberalisering werd als een regelrechte bedreiging gezien. De gevolgen waren desastreus: vanaf 1890 tot 1914 werd Rusland geteisterd door hongersnood en opstanden, terwijl de repressie steeds meedogenlozer werd.”
George en Nicolaas waren als kind goed bevriend. “Hun moeders haatten Duitsland, want dat land had in de jaren 1860 geprobeerd om Denemarken binnen te vallen. Elke zomer trokken de twee Deense prinsessenzussen terug naar hun thuisland, om de vakantie door te brengen op het familielandgoed. George en Nicolaas speelden er samen. Nicolaas’ eerste liefde was George’s jongere zus Victoria. Die vriendschap tussen Georgie en Nicky was heel merkwaardige, zeker tegen de achtergrond van de Brits-Russische betrekkingen. Koningin Victoria haatte de Russen. Ze kon niet zwijgen over wat voor een monster de tsaar was, terwijl haar kleinzoon stoeide met diens zoon. De familie van Nicolaas was anglofiel, net als de rest van de Russische aristocratie. Ze hadden allemaal een Britse nanny in dienst om voor hun kinderen te zorgen. Nicolaas’ vader las de ‘Illustrated London Gazette’. Maar het Britse politieke systeem met zijn constitutionele monarchie kon hem gestolen worden.”
Ongeschoolde koningen
Van de drie neven had Wilhelm de meest ‘normale’ jeugd. Miranda Carter: “Voor zover je die normaal kunt noemen. Zijn moeder Vicky probeerde hem in contact te brengen met andere kinderen. Ze wilde dat hij een nieuw soort van prins zou worden: goed opgeleid en zelfbewust, iemand die Duitsland zou kunnen omturnen tot een kloon van Groot-Brittannië. Daarom stuurde ze hem voor tweeënhalf jaar op kostschool in Kassel. Wilhelms opvoeding was schizofreen: aan de ene kant werd hij verwend en kreeg hij voortdurend te horen hoe fantastisch hij wel was, aan de andere kant werden er halfslachtige pogingen ondernomen om hem in contact te brengen met ‘het gepeupel’. Op zijn achttiende voegde Wilhelm zich bij de infanteristen in Potsdam. Hij werd er door de andere officieren naar de mond gepraat en ontpopte er zich tot een oerconservatieve militaristische Pruis. Hij voelde zich het meest op zijn gemak bij graaf Philipp zu Eulenburg, een homoseksuele diplomaat. Wilhelm cirkelde rond een groep van officieren die allemaal lipservice beleden aan het toen populaire ideaal van ‘Duitse mannelijkheid’. Ze werden de Liebenburgkring genoemd, naar het landgoed waar ze elkaar ontmoetten. Ze waren allemaal homo. Ze aanbaden Wilhelm en noemden hem ‘der Liebchen’. Wilhelm hield van lange, gespierde kerels en was zelf een latente homo. Eulenburgs homoseksualiteit raakte bekend in 1907, als onderdeel van een politiek complot. Er volgden vreselijk vernederende processen. Wilhelm nam afstand van zijn beste vriend en heeft hem nooit meer terug gezien. Wilhelm omhelsde de conservatieve Pruisische ideologie van Bismarck en vond liberale hervormingen flauwekul. Zijn moeder Vicky zag zijn vereenzelviging met het leger als een regelrechte afwijzing van haarzelf.”
Vicky’s (vergeefse) hoop dat haar zoon een degelijke opleiding zou krijgen, stond haaks op de gewoonten aan de Europese hoven in die tijd. Miranda Carter: “De gekroonde hoofden geloofden dat ze heel speciaal waren en dat onderwijs niet aan hen besteed was. Ze lazen amper een boek. Het gebrek aan opleiding van Willy, Georgie en Nicky maakte hen huiverachtig tegenover nieuwe ideeën. De opleiding van George was echt beneden alle peil. Hij moest afstand houden van leeftijdsgenoten, zat van zijn veertiende tot zijn 21e bij de marine en bevoer de zeven wereldzeeën. Hij was de meest bereisde prins aller tijden, maar leerde nauwelijks iets bij. Toen hij koning werd, lachten politici zoals Lloyd George en Churchill hem achter zijn rug uit. In vergelijking met Wilhelm en Nicolaas had George weinig macht. Alles werd hem door de politici ingefluisterd. Keizer Wilhelm II had wel macht, maar verstond niets van politiek, al was hijzelf van het tegendeel overtuigd. Als hij zich iets in zijn hoofd haalde, moest dat ook gebeuren. Zijn kanseliers spendeerden massa’s tijd om hem op andere gedachten te brengen. Hij bevoordeelde het leger en zorgde ervoor dat het een machtige, geïsoleerde kracht bleef, die niet onder controle stond van de regering of de kanselier. Maar het leger groeide hem boven het hoofd. In de week voor de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd Wilhelm meermaals genegeerd en belachelijk gemaakt door zijn eigen militaire staf. De militairen waren ervan overtuigd dat een oorlog in Europa alleen maar voordelen zou opleveren voor Duitsland. Maar Wilhelm wilde die oorlog niet; al had hij de jaren voordien wel bloeddorstige speeches gehouden, met zinnen als: ‘We hakken hun hoofden eraf.’”
‘I love England’
De Eerste Wereldoorlog bezorgde Wilhelm een depressie. Miranda Carter: “Een week na de start zei hij tegen de Duitse generale staf dat de oorlog hun verantwoordelijkheid was en niet de zijne. Generaals zoals Hindenburg namen zijn plaats in. Ze schermden hem af van slecht nieuws, lieten hem in vol ornaat opdraven aan het hoofd van de troepen en bemoedigende speeches schrijven. Hij ontmoette Britse krijgsgevangenen en zei dan compleet idiote dingen als: ‘Oh I love England.’ (lacht) Wilhelm was een tragikomisch figuur.”
De Britse koning George probeerde in zijn land ‘het goede voorbeeld aan de bevolking’ te geven. “Hij gaf afschuwelijke etentjes, waar iedereen droog brood kreeg. Niemand van de adel of van de politici rantsoeneerde, maar George ontzegde zichzelf alle geneugten des levens. Hij ging niet meer naar het theater, draaide de verwarming in Buckingham Palace uit, stond erop dat er schaapsvlees werd gekookt in plaats van lam en dronk geen alcohol meer. George hoorde dat er geroddeld werd over zijn Duitse naam Van Saxen Coburg. Dus verving hij die door een nieuwe, ‘oerbritse’ naam: Windsor.”
Tsaar Nicolaas en zijn familie overleefden de oorlog niet. “In 1917 waren duizenden vluchtelingen naar Sint-Petersburg gevlucht, om er terecht te komen in een poel van ellende. Ondertussen bracht Nicolaas zijn tijd door met kaartspelen met officieren. Net als Wilhelm wist hij van toeten of blazen over het werkelijke verloop van de oorlog. De toestand in Sint-Petersburg werd uitzichtloos. De ministerraad stuurde een telegram naar de tsaar met de smeekbede om af te treden. Hij reageerde niet. Uiteindelijk werd hij door zijn eigen generaals gekidnapt. Er kwam een voorlopig bewind in zijn plaats en de Romanovs werden naar Siberië verbannen. Koning George verzette er zich niet tegen dat de Britse regering haar aanbod introk om zijn goede vriend Nicky asiel te verlenen. Eind augustus 1917 namen de bolsjewieken de macht over. Lenin besloot dat het hele gezin van de tsaar dood moest. Over de manier waarop de Romanovs vermoord zijn, bestaan gedetailleerde ooggetuigenverslagen van de beulen. Het gezin van de tsaar zat gevangen in Jekaterinburg. De familie werd midden in de nacht wakker gemaakt en naar de kelder gebracht. Nicolaas droeg zijn zoontje. Het hoofd van de plaatselijke geheime politie arriveerde met elf soldaten. Hij deelde de Romanovs koudweg mee dat ze zouden worden doodgeschoten. Het vuur werd meteen geopend. De volwassenen waren op slag dood. Het zoontje en de dochters overleefden het salvo: ze hadden hun juwelen in het lijfje van hun jurken genaaid, en die hielden de kogels tegen. Dus werden ze met een bajonet afgeslacht.”
Na de Duitse nederlaag vluchtte keizer Wilhelm naar Nederland. “Hij bracht de rest van zijn leven in ballingschap door in huis Doorn in Utrecht, waar hij zijn entourage voortdurend de kast opjoeg. Hij was allesbehalve arm, had een hofhouding van bijna 50 mensen, en was multimiljonair. Maar toch zat hij voortdurend te klagen dat de Duitsers hem zo schofterig behandeld hadden. George was de enige monarch die ook na de oorlog nog op de troon zat. Hij was niet zo verschillend van zijn neven: hij haatte de socialisten, was een fan van de aristocratie en vond het niet leuk dat politici meer te zeggen hadden dan hij. Hij vluchtte letterlijk in het verleden en bleef zich kleden volgens de mode van 1900. Hij was zeer geschokt door de Eerste Wereldoorlog. Hij had het gevoel dat hij op de een of andere manier toenadering moest zoeken met het Britse volk. Hij trok de boer op, ook al had hij daar een verschrikkelijke hekel aan. Hij reisde het hele land af en zocht zelfs contact met de pers die hij verafschuwde. Hij betrok zijn kinderen bij zijn ‘project’ en stuurde hen naar fabrieken om lintjes door te knippen en handen te schudden. De mensen waren er dol op. Zelfs tijdens de depressie in de jaren twintig en dertig zagen ze koning George V als een symbool van stabiliteit. Toen George stierf, hulde het land zich in diepe rouw. Hij is de grondlegger van de manier waarop het Britse koningshuis nu nog altijd functioneert. WO I had hem geleerd dat een monarch in de ‘nieuwe tijd’ alleen kan overleven als hij laat merken dat hij bezorgd is om het volk. Nicolaas en Wilhelm hebben nooit een greintje mededogen getoond. Zij zagen de monarchie als een instelling die alleen maar moest nemen van de natie, en nooit iets moest geven. Dat is hen zuur opgebroken.”
Miranda Carter, De ondergang van het oude Europa – Drie dynastieën, één familie en de opmaat tot de Eerste Wereldoorlog, Balans, 584 blz., 39,95 euro. ISBN 978-90-5018-840-1
© Jan Stevens